In Europa komen er rond de 800 soorten bladluizen voor die zich onderling onderscheiden door kleur en grootte.
Bladluizen vind je op bijna alle soorten planten. Zij zuigen het sap en produceren grote hoeveelheden van een zoete, kleverige stof: honingdauw. Op deze honingdauw kan zich een zwarte schimmel ontwikkelen: roetdauw.
Bladluizen tasten de levenskracht van planten aan en zijn de oorzaak van vele esthetische schade.
Bladluizen hebben veel natuurlijke vijanden: de "hulptroepen" van de tuin. Deze vijanden zijn voornamelijk predatoren en parasitoïden.
De predatoren zijn - onder andere - lieveheersbeestjes (larven en volwassenen), zweefvliegen (larven) en gaasvliegen (larven).
De parasitoïden zijn vooral kleine wespjes die hun eieren leggen in het lichaam van de bladluis.
En vergeten we zeker niet de vogels, in het bijzonder de mezen, die eveneens efficiënte predatoren zijn van bladluizen.
Maar, ondanks hun onbetwistbare efficiëntie, hebben de natuurlijke vijanden het soms moeilijk om de exponentiële groei van baldluispopulaties te onderdrukken wanneer de weersomstandigheden in het voordeel van de bladluizen zijn.
De biologische bestrijding met inheemse lieveheersbeestjes ADALIA bestaat erin de nuttige insecten te helpen en hun vestiging in de tuin te bevorderen. De bestrijding van bladluizen wordt dus volledig natuurlijk gedaan.
Toepassingsdomeinen :
Adalia bipunctata is een inheems lieveheersbeestje, het komt dus van nature voor in Europa.
Het is terug te vinden in een uitgebreide reeks habitats en voedt zich met verschillende soorten bladluizen.
Het geeft de voorkeur aan zonnige en droge plekjes, met andere woorden plaatsen waar de vegetatie kort en niet te dicht is.
Vandaar dat Adalia bipunctata een regelmatige bezoeker is van moestuinen, velden en bermen of bloemperken.
Men kan Adalia inzetten in verschillende teelten onder glas of in volle grond, in tuinen (rozen, heesters, eenjarigen), moestuinen en boomgaarden. |